06 290 086 00036 538 44420320 218 080info@kemp.eu

Praktijkexamen voor het motorrijbewijs

Vanaf 17 jaar

Ben je onder de 24 jaar en wil je niet wachten tot je 24 bent, dan krijg je eerst te maken met de lichte motor (A1). Vanaf 17 jaar mag je daarvoor al rijlessen volgen. Vanaf 17 jaar mag je theorie-examen doen.

Vanaf 18 jaar

Vanaf 18 jaar mag je praktijkexamen doen voor het rijbewijs A1. Minimaal 2 jaar na het behalen van A1 kun je overstappen naar de middelzware motor (A2). Daarvoor hoef je alleen maar een praktijkexamen op de openbare weg te doen. Minimaal 2 jaar na het behalen van A2 mag je overstappen naar de motor met onbeperkt vermogen (A). Ook daarvoor hoef je alleen maar een praktijkexamen Avd te doen.

Vanaf 20 jaar

Ben jij al 20 jaar of word je dat binnenkort? Dan is het handig om te weten dat je vanaf je 20e rechtstreeks je rijbewijs A2 voor de middelzware motor kunt halen. Je hoeft dan niet eerst je rijbewijs A1 voor de lichte motor te hebben.

Vanaf 24 jaar

Vanaf 24 jaar mag je direct opgaan voor het rijbewijs A (onbeperkt vermogen). Je moet dan een theorie-examen en twee praktijkexamens doen. Het praktijkexamen A1 en A-Onbeperkt bij direct instromen bestaat dus uit twee gedeeltes; bijzondere verrichtingen en verkeersdeelname.

Examen bijzondere verrichtingen (Avb)

Het examen bijzondere verrichtingen (Avb) is in vier verschillende clusters verdeeld. Men dient zeven van de twaalf oefeningen uit te voeren! Om te slagen moet de kandidaat in totaal vijf verschillende bijzondere verrichtingen succesvol afronden uit cluster 1, 2, 3 en 4! Belangrijk om te weten: In één cluster mogen niet beide verrichtingen onvoldoende zijn!

Deel I: Examen voertuigbeheersing (Avb)

1. Lopen met de motor en op de standaard zetten.

Dit resultaat telt dus mee voor het eindresultaat. Is de uitvoering van deze bijzondere verrichting onvoldoende, dan mag de kandidaat dus voor elk van de onderstaande drie clusters (2, 3 en 4) nog maar één onvoldoende behalen!

2. Verrichtingen bij lage snelheid

In deze serie is de langzame slalom met gebruik van slippende koppeling verplicht. Verder maakt de examinator de keuze uit: Denkbeeldige acht, halve draai (links- of rechtsom), stapvoets rijden of wegrijden uit parkeervak.

3. Verrichtingen bij hogere snelheid

Verplicht: De uitwijkoefening (50 km p/u). Naast deze oefening kiest de examinator in dit cluster voor de vertragingsproef of de snelle slalom. De vertragingsoefening dient aangereden te worden met 50 km p/u en eindigt met 30 km p/u. De juiste snelheid bij de snelle slalom is 30 km p/u.

 

4. De remoefeningen

De noodstop is een verplicht onderdeel. Daarnaast heeft de examinator de keuze tussen de precisiestop of de stopproef. Bij de remoefeningen komt de kandidaat met 50 km p/u aanrijden. Het gaat er bij alle oefeningen om dat je de examinator op overtuigende wijze demonstreert dat je de motor beheerst. Bij lage, én hoge snelheid. En dat je goed kunt remmen.

Je mag iedere oefening bij een onvoldoende resultaat één keer overdoen. Om te slagen moet je in totaal vijf van de zeven verschillende oefeningen succesvol afronden. Daarbij dien je in de clusters twee tot en met vier minimaal één oefening correct uit te voeren. Als je slaagt voor dit Avb examen, is het resultaat één jaar geldig. Je ontvangt geen uitslagformulier. In deze periode kun je – onbeperkt – opgaan voor het examen Avd (verkeersdeelneming). Doe je examen op een lichte dan wel zware motor, dan doe je het Avd examen ook op diezelfde categorie motor.

Deel II: Examen verkeersdeelneming (Avd)

Tijdens dit examen dien je buiten de gebruikelijke documenten een geldig theoriecertificaat ‘A’ en een geldig ‘bewijs van voertuigbeheersing’ aan de examinator te tonen. Beide documenten zijn één jaar geldig. Bij dit laatste onderdeel kun je de ogentest en de technische vooraf-bevraging verwachten. Iedere kandidaat krijgt van de instructeur het BRAVO-A formulier bij het begin van de rijopleiding om op deze vragen voorbereid te zijn.

Tijdens de rit op de openbare weg wordt er o.a. gelet op jouw kijkgedrag, plaats op de weg, rijden van bochten, volgafstand houden, de interactie met andere verkeersdeelnemers, de voertuigbeheersing in het verkeer en je verkeersinzicht. Slaag je voor dit onderdeel, dan ben je in het bezit van het felbegeerde motorrijbewijs.