06 290 086 00036 538 44420320 218 080info@kemp.eu

WRM 39: Praktisch toepassen risicoperceptie

2015-09-15 09:30:00

Op dinsdag 15 sept. zal ‘De VerkeersAcademie’ de WRM cursus ‘Praktisch toepassen risicoperceptie‘ bij ons in Lelystad geven, van 09:00u tot 15:30u.

Je kunt in een cyclus van 5 jaar een bepaalde cursus slechts één keer volgen om mee te laten tellen voor de WRM. De cursus telt tevens mee voor de RIS bijscholing.

 

Beschrijving cursus

Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat vooral beginnende bestuurders (te) grote risico’s

aanvaarden tijdens de uitvoering van hun verkeerstaak.

Als oorzaak wordt aangegeven, dat zij worden beïnvloed door hun omgeving en dat zij hun

eigen capaciteit overschatten en de complexiteit van verkeerssituaties onderschatten. De

combinatie van deze eigenschappen leidt tot een onacceptabel verkeersveiligheidsprobleem.

Deze bijscholing biedt een instructeur praktische tools om dit probleem te bestrijden.

Instructeurs leren elementen die de doelgroep waardevol vindt in te zetten als gereedschap

om een aspirant bestuurder intrinsiek te motiveren. Daarmee leert de instructeur zijn

leerlingen op geautomatiseerd niveau te presteren, zoals omschreven in ‘Leerdoelen voor de

bestuurder’ (Vlakveld, mei 2000) onder Veiligheidsmarges en Motivatie.

 

Leerdoelen

Algemene leerdoelen per dagdeel:

Aan het einde van dagdeel 1 kan de instructeur:

- verklaren door welke omgevingsinvloeden de risicoacceptatie van een leerling toeneemt.

- verklaren met welke praktische instructiemethodes en instructiegereedschap een leerling intrinsiek kan worden gemotiveerd tot het nemen van minder risico’s.

Aan het einde van dagdeel 2 kan de instructeur:

-demonstreren hoe, door het toepassen van de juiste werkvorm en het gebruikmaken van het juiste instructiegereedschap, de risicoperceptie van een leerling kan worden beïnvloed.

 

Specifieke leerdoelen per dagdeel:

Dagdeel 1:

1. De instructeur kan benoemen en verklaren wat veiligheidsmarges zijn (bron: Leerdoelen voor het rijbewijs B, Vlakveld mei 2000).

2. De instructeur kan benoemen en verklaren wat wordt bedoeld met motivatie (bron: Leerdoelen voor het rijbewijs B, Vlakveld mei 2000).

3. De instructeur kan benoemen en verklaren wat wordt bedoeld met verantwoordelijkheid (bron: Leerdoelen voor het rijbewijs B, Vlakveld mei 2000).

4. De instructeur kan naar aanleiding van praktijkcasussen de verbanden tussen veiligheid, motivatie en verantwoordelijkheid verklaren.

5. De instructeur kan verklaren waarom het gekozen instructiegereedschap bijdraagt aan de juiste risicoperceptie van een aankomende bestuurder.

 

Leerdoelen theoretische bijscholingen WRM, 5.2015 47

Dagdeel 2:

6. De instructeur kan uit gegeven mogelijkheden het juiste instructiegereedschap selecteren en zijn keuze verklaren.

7. De instructeur kan benoemen en verklaren waarom hij bij een gegeven casus heeft gekozen voor een bepaalde werkvorm.

8. De instructeur demonstreert juist gedrag door bij een gegeven casus een juiste keuze te maken betreffende het instructiegereedschap en de werkvorm.

9. De instructeur demonstreert juist handelen bij een gegeven casus met als doel het effectief beïnvloeden van risicoperceptie bij een leerling.

 

Omschrijving kennis- en vaardigheidsniveaus

In deze aanvraag zijn de eisen voor wat betreft de daarbij aan te leggen kennis- c.q. vaardigheidsniveaus als volgt omschreven.

Kenniseisen betreffen de Wegenverkeerswetgeving, de betreffende Rijprocedure, de Wegenverkeerswet 1994, additionele onderwerpen. De kennisniveaus zijn gedefinieerd door

de beschrijving benoemen, beschrijven en verklaren.

Onder benoemen wordt verstaan: de instructeur kan uit de gegeven alternatieven c.q. antwoordmogelijkheden de letterlijke tekst of juiste opsomming geven.

Onder beschrijven wordt verstaan: de instructeur kan uit de gegeven alternatieven c.q. antwoordmogelijkheden de essentie weergeven.

Onder verklaren wordt verstaan: de instructeur kan uit de gegeven alternatieven of

antwoordmogelijkheden het waarom, de achtergrond en/of de toepassing weergeven.

Vaardigheidseisen hebben betrekking op de eigen rijvaardigheid, instructievaardigheden en de sociale vaardigheden. Het gewenste vaardigheidsniveau wordt aangegeven door de term demonstreren. Onder demonstreren wordt verstaan: de instructeur laat in de praktijk of in een praktijksimulatie zien c.q. toont aan hoe een bepaalde handeling moet worden uitgevoerd of welk gedrag getoond moet worden.